TELEFOON
+31 (0)10 - 21 40 400
E-MAIL
Nieuws 22 mei 2013
Bekijk hier de uitnodiging voor de bijeenkomst "Ondernemen 2013 en verder", georganiseerd door ING en De Jonge Advocaten op 11 juni 2013.
Nieuws 19 april 2013
Een resumé van het Sociaal Akkoord kunt u hier lezen.
Nieuws 16 mei 2012
Seminar Vastgoed - 24 mei 2012
De Vastgoedmarkt maakt al geruime tijd moeilijke tijden door. Dat neemt niet weg dat de wet- en regelgeving alsmede de rechtspraak op het rechtsgebied Vastgoed in beweging blijven.
In een drietal - korte - inleidingen loodst De Jonge Advocaten u graag door die nieuwe ontwikkelingen. Wij doen dat, zoals u van ons gewend bent, op informele wijze tijdens onze traditionele onderweg-naar-huis bijeenkomst, waarvoor wij u dan ook van harte uitnodigen.
Datum: donderdag 24 mei 2012
Aanvang: 15:30 uur
Einde: 19:00 uur
Onderwerpen: valkuilen in het huurrecht, aansprakelijkheid makelaar en actualiteiten aanneming van werk
Locatie: Kuijl's Fundatie (ca. 50 meter van ons kantoor; 's-Gravenweg 73, 3062 ZC Rotterdam)
U kunt zich (én uw introducé) per post (Postbus 4124, 3006 AC ROTTERDAM), per fax (010- 2140211) of per e-mail aanmelden zo snel mogelijk.
Wij verheugen ons op uw komst.
Nieuws 6 maart 2012
Aansprakelijkheid hoofdaannemer voor onderaannemer of bedrijfsmatige ZZP-er
Wie is aansprakelijk voor niet-ondergeschikten?
De wet regelt de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad veroorzaakt door personen en zaken en stoffen waarvoor men verantwoordelijk is. Dit wordt aangeduid als ‘kwalitatieve aansprakelijkheid', waarbij de hoedanigheid ("kwaliteit") van de aangesprokene beslissend is voor de aansprakelijkheid. lees meer
Medische aansprakelijkheid - Hoe door arts en patiënt om te gaan met medische missers.
Medische missers komen helaas elke dag voor. Uiteraard is dit bijzonder vervelend voor de patiënt én voor de behandelend arts. In sommige gevallen zal de patiënt bij een medische misser de arts aansprakelijk stellen.
De aansprakelijkheid van de arts vloeit in beginsel voort uit de geneeskundige behandelingsovereenkomst, die is beschreven in artikel 7:446 BW. Normaliter heeft de patiënt zich tot een ziekenhuis of een arts gewend met een hulpvraag. Als het ziekenhuis of de arts daarop ingaat, dan ontstaat de genoemde behandelingsovereenkomst, die een inspanningsverplichting met zich mee brengt voor de arts. lees meer
Proceskostenveroordeling afgebakend - Indicatietarieven proceskostenveroordeling intellectuele eigendom
In een civiele procedure wordt de in het ongelijk gestelde partij meestal in de proceskosten van de andere partij veroordeeld. lees meer
Nieuws 7 februari 2012
Bestuurdersaansprakelijkheid - Aansprakelijkheid afgewezen; geen feitelijk beleidsbepaler
De Rechtbank Amsterdam heeft op 9 november 2011 (LJN: BV2830, Rechtbank Amsterdam , 488102 / HA ZA 11-1147) een vordering gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid afgewezen en geoordeeld dat er geen sprake was van feitelijk bestuurderschap. lees meer
DJA Alert 6 februari 2012
Medewerking van verhuurder vereist bij (bedrijfs)overdracht winkel?
Dat hangt ervan af. Als de overname plaatsvindt via een aandelenoverdracht, is de medewerking van Verhuurder niet nodig. Huurder koopt de aandelen in de vennootschap en wordt eigenaar van alles ‘in' de vennootschap. Daaronder valt ook het huurcontract. Dat is anders als Huurder de activa (en passiva) overneemt. Dan is wel de medewerking van Verhuurder nodig. Geeft Verhuurder die medewerking niet vrijwillig, dan kan Huurder de medewerking proberen af te dwingen bij de kantonrechter. Huurder vordert dan een machtiging om de overnemende partij in zijn plaats te mogen stellen. Sprake moet zijn van een zwaarwegend belang van Huurder en van voldoende waarborgen voor de nakoming van het huurcontract en goede bedrijf svoering. Daarna volgt een belangenafweging. Van belang is dat Huurder dit afdwingt vóór (of kort na) de overdracht.
Overdracht goodwill: concurrentie onrechtmatig
X en Y hebben een restaurant gedreven in de vorm van een VOF. X is op een zeker moment uitgetreden waarbij Y het deel van X heeft overgenomen. Daartoe is een overnameovereenkomst gesloten. Hierin is een overnamesom van € 120.000,-- opgenomen, waarvan een bedrag van € 90.000,-- aan goodwill. Korte tijd later begint de uitgetreden vennoot X aan de overkant van de straat een nieuw restaurant. De Voorzieningenrechter te Maastricht is van oordeel dat dit (concurrerend) handelen van X onrechtmatig is.
Hoewel in de VOF-overeenkomst was opgenomen dat er na beëindiging van de VOF geen concurrentiebeding zou gelden, oordeelde de Voorzieningenrechter dat er toch sprake was van onrechtmatig handelen. Immers, in de overnamesom was een aanzienlijk bedrag aan goodwill verdisconteerd. Deze goodwill zag op de winstpotentie van de onderneming. Y mocht er op vertrouwen dat hij na de overname deze winstpotentie te gelde kon maken en dat X hieraan geen afbreuk zou doen. Door dit wel te doen heeft X gehandeld in strijd met de hem betamende maatschappelijke zorgvuldigheid.
Ontslag werknemer(s) bij een overgang van onderneming
In geval van een overgang van onderneming, geldt een ontslagverbod: werknemers mogen niet vanwege de overgang worden ontslagen. Ondernemingen mogen wél in het licht en zicht van een mogelijke overgang reorganiseren op grond van ETO (economische, technische of organisatorische) -redenen, die zelfstandig, los van de overname, het ontslag rechtvaardigen. Een ondernemer mag zijn onderneming ‘gezond maken' wegens ETO-redenen, maar niet beter verkoopbaar maken. Hetzelfde geldt voor de verkrijgende partij ná de overname. Alsdan moet worden getoetst op bedrijfseconomische redenen, de selectiecriteria en de herplaatsingsmogelijkheden bij de nieuwe werkgever.
Echtscheiding en onderneming
Voor een ondernemer, ongeacht in welke vorm hij de onderneming uitoefent en of sprake is van huwelijkse voorwaarden, heeft een echtscheiding veelal ook zakelijk grote gevolgen. De waardering van het bedrijf, inkomensverwachtingen, pensioenvoorzieningen en rekening-courantverhoudingen zijn aspecten die, in samenhang met elkaar, moeten worden vastgesteld om niet alleen privé de gevolgen van de scheiding goed te regelen, maar ook de continuïteit van de onderneming te garanderen. Wij werken samen met accountants en fiscalisten om een optimaal scenario voor alle betrokkenen te bepalen. Als de scheidende partijen daarbij ‘on speaking terms' kunnen blijven, betekent dat veelal winst voor iedereen.
Nieuws januari 2012
Huwelijksvermogensrecht vanaf 1 januari 2012
Na bijna acht jaar parlementaire behandeling is per 1 januari 2012 eindelijk de Wet Aanpassing Wettelijke Gemeenschap van Goederen in werking getreden.
Aanvankelijk was het de bedoeling van de wetgever om de huwelijksgoederengemeenschap te beperken, zodat daarin in grote lijnen alleen de goederen en schulden zouden vallen die tijdens het huwelijk zijn verkregen, in 2008 is het roer omgegooid en is met een motie in de Tweede Kamer toch besloten om ons in de wereld unieke stelsel van een algehele gemeenschap van goederen (waarbij in grote lijnen ook de voorhuwelijkse goederen en schulden in de gemeenschap vallen), in stand te laten. Dat wil niet zeggen dat de wet verder geen belangrijke wijzigingen met zich mee brengt. lees meer
DJA Alert 10 januari 2012
Particuliere verkoper van een woning ook beschermd door schriftelijkheidseis
Dat de particulier koper van een woning beschermd wordt door het wettelijk vereiste om de koop in één akte vast te leggen, is bekend. Maar de Hoge Raad heeft recent deze bescherming tevens toegekend aan de particuliere verkoper ingeval van de verkoop van zijn woning aan een (eveneens) particuliere koper. Is de (ver)koop van een woning tussen twee particulieren derhalve niet vastgelegd in één - schriftelijke - akte, dan komt er geen rechtsgeldige koop tot stand.
Nieuwe vakantiewetgeving
Vanaf 1 januari 2012 is de nieuwe vakantiewetgeving van kracht. Vanaf deze datum bouwen arbeidsongeschikte werknemers evenveel vakantiedagen op als arbeidsgeschikte werknemers. Een andere belangrijke verandering betreft de vernieuwde kortere vervaltermijn voor wettelijke vakantiedagen: deze vervallen na afloop van een half jaar volgende op het jaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd, een behoorlijke verandering derhalve. Dit is alleen anders indien werknemers redelijkerwijs niet in staat zijn geweest om vakantie op te nemen.
Maatregel extra tijdelijke contracten voor jongeren niet verlengd
De crisismaatregel ‘Extra tijdelijke contracten voor jongeren' wordt niet verlengd. De crisismaatregel is op 9 juli 2010 ingegaan en maakte het mogelijk om met jongeren tot 27 jaar gedurende vier jaar (in plaats van drie jaar) of vier (in plaats van drie) opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te gaan voordat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.
Vanaf 1 januari 2012 geldt ten aanzien van jongeren tot 27 de hoofdregel van artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek weer, namelijk dat de werknemer maximaal drie keer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangeboden kan krijgen, met een maximale gezamenlijke duur van 36 maanden.
Huwelijksvermogensrecht per 1 januari 2012 veranderd
Door de Wet aanpassing gemeenschap van goederen wijzigt het wettelijk huwelijksvermogensrecht ingrijpend.
In het kort lichten wij u graag in over de belangrijkste wijzigingen:
Hoe zit het ook alweer met uw spaargeld bij de banken?
De Europese overheden garanderen een bedrag van € 100.000,= indien een bank failliet gaat. Het maximaal uit te keren bedrag is gebaseerd op het totaal dat een persoon bij de bank heeft uitstaan, ongeacht het aantal rekeningen. In het geval van een en/of rekening betekent dit dat beiden recht hebben op de garantie en er dus feitelijk € 200.000 gegarandeerd wordt. Als iemand daarnaast een eigen rekening aanhoudt, telt dit saldo wel mee voor het gegarandeerde maximum. Deze regeling is ook van toepassing op ‘kleine rechtspersonen', die een verkorte balans mogen publiceren.
NieuwsBulletin 10 juni 2011
Overeenkomst van opdracht
Vrijwel elke ondernemer krijgt - vroeg of laat - met overeenkomsten van opdracht te maken.
Een overeenkomst van opdracht is geen arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst tot dienstbetoon. Kenmerkend is dat de ene partij bepaalde verrichtingen aan de andere partij opdraagt. De zelfstandigheid bij het verrichten van de werkzaamheden is daarbij van belang. Het gaat met name om overeenkomsten met een notaris, deurwaarder, accountant, incassobureau, architect, makelaar, kapper, researchovereenkomsten, computeropdrachtovereenkomsten, etc.
Totstandkoming overeenkomst van opdracht
De overeenkomst van opdracht komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan. Om een aanbod als zodanig te kwalificeren is van belang dat het voldoende bepaald is en dat het blijkt geeft van de wil van de aanbieder om in geval van aanvaarding gebonden te zijn. De zogenaamde wilsverklaring van de aanbieder dient, om als aanbod te kunnen gelden, alle essentiële elementen van de te sluiten overeenkomst te bevatten, zoals de prijs, de tegenprestatie, het tijdsbestek etcetera. Als één of enkele essentialia onderbreekt/ onderbreken, is er geen sprake van een aanbod maar van een ‘uitnodiging tot het doen van een aanbod'. De andere partij wordt alsdan als het ware ‘uitgenodigd' om een aanbod te doen.
In beginsel is het doen van een aanbod niet aan vormvereisten gebonden. Ook de aanvaarding van het aanbod is vormvrij. Aanbod en aanvaarding kunnen dus zowel mondeling als bijvoorbeeld per e-mail (dit is anders als het gaat om koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak). Te gelden heeft wel dat de aanvaarding inhoudelijk met het aanbod moet overeenstemmen en in beginsel moet zijn gedaan op het moment dat het aanbod nog van kracht was. De overeenkomst komt tot stand op het moment van aanvaarding, dat wil zeggen op het moment dat de aanvaardingsverklaring de aanbieder heeft bereikt.
Als de aanvaarding van het aanbod afwijkt, geldt ditj als een nieuw aanbod en tegelijkertijd als verwerping van het oorspronkelijke aanbod. Dit is anders als de aanvaarding enkel afwijkt op ondergeschikte punten; in dat geval komt toch een overeenkomst tot stand (tenzij de aanbieder onverwijld bezwaar maakt tegen de afwijking(en)). In de praktijk ziet men veelal dat het aanbod en de aanvaarding daarvan verwijzen naar verschillende algemene voorwaarden, ook wel ‘the battle of forms' genoemd. De overeenkomst komt dan tot stand op de (algemene) voorwaarden van het aanbod, tenzij bij de aanvaarding de toepasselijkheid van die voorwaarden uitdrukkelijk van de hand is gewezen. In de laatste situatie zijn niet per definitie de algemene voorwaarden van de aanvaardende partij van toepassing. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zal een dergelijke ‘aanvaarding' er veelal toe leiden dat de ‘aanvaarding' als een tegenaanbod wordt beschouwd.
Advies
In het geval het bestaan (en dus ook de inhoud) van een overeenkomst van opdracht wordt betwist, dient de partij die zich op het standpunt stelt dat een dergelijke overeenkomst bestaat, het bestaan ervan te bewijzen. Het is de vraag of een (algemene) bevestigingsbrief - die uitsluitend door de bevestigende partij ondertekend is - in zo'n situatie afdoende bewijs biedt. Derhalve adviseren wij om - indien een overeenkomst tot stand komt - een bevestigingsbrief toe te sturen met het verzoek deze voor akkoord te ondertekenen en te retourneren.
Tewerkgesteld niet in dienst zijnd personeel toch mee over
Uit een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat binnen een onderneming tewerkgesteld personeel, dat niet (formeel) in dienst is van deze onderneming, in geval van een overgang van (een deel van) de onderneming naar een nieuwe onderneming automatisch mee overgaat en al hun/haar verworven rechten, arbeidsvoorwaarden en loonvoorwaarden behouden/behoudt. In de voorliggende kwestie ging het om binnen concernverband tewerkgesteld personeel. De uitspraak heeft in arbeidsrechtelijk Nederland veel stof doen opwaaien, omdat de uitspraak verstrekkende gevolgen kan hebben ingeval van een overgang van (een deel van de) onderneming. U dient ingeval van een overgang van (een deel van de) onderneming zowel als verkopende als kopende partij, in het vervolg tevens aandacht te besteden aan tewerkgesteld niet in dienst zijnd personeel.
Afkoopsom leaseauto strijdig met het recht op vrije arbeidskeuze?
Het Hof in Arnhem heeft op 28 december 2010 beslist over de vraag of een werknemer in geval van een beëindiging van het dienstverband verplicht kan worden tot de betaling van een afkoopsom voor de leaseauto. Dit afgezet tegen het recht op vrije arbeidskeuze.
In de voorliggende kwestie waren werkgever en werknemer in een gebruikersovereenkomst overeen gekomen, dat de werknemer zich verplicht de aan het berijden van de leaseauto verbonden kosten aan de werkgever te vergoeden tot aan het moment van bereiken van het overeengekomen kilometrage of, indien dit eerder zou worden bereikt, tot het einde van het leasetermijn. De werknemer zegt vóór het vastgestelde kilometrage en vóór het einde van de leasetermijn de arbeidsovereenkomst met werkgever op. In de eindafrekening van de werknemer houdt de werkgever een nettobedrag in op het salaris van de werknemer, omdat de werkgever door de voortijdige inlevering van de leaseauto de resterende leasetermijnen aan de leasemaatschappij verschuldigd was. De werknemer bestrijdt de betalingsverplichting op zichzelf en verweert zich daarnaast door te stellen dat het bij vertrek moeten betalen van een afkoopsom hem belemmert in zijn recht op vrije arbeidskeuze. Ten aanzien van dit laatste overweegt het Hof dat het enkele feit dat een werkgever met zijn werknemer afspreekt dat die werknemer bij beëindiging van het dienstverband een door de leasemaatschappij in rekening te brengen bedrag voor voortijdige beëindiging van het leasecontract dient te vergoeden aan de werkgever, niet voldoende is om aan te kunnen nemen dat deze werknemer daardoor belemmerd wordt in zijn recht op vrije arbeidskeuze. De werknemer is immers vrij om gebruik te maken van een leaseauto en als hij met de werkgever een constructie overeenkomt betreffende de gevolgen bij het voortijdig beëindigen daarvan, dan is dat zijn eigen keuze. Hij zal daarvoor in het voorkomend geval dan hebben in te staan. Van een belemmering van het recht op vrije arbeidskeuze is daarbij geen sprake.
In zijn algemeenheid geldt dat van een strijd met het grondrecht van vrije arbeidskeuze niet snel sprake is. De uitspraak van het Hof Arnhem kan ook van belang zijn voor andere betalings- en/of terugbetalingsverplichtingen. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan opleidings/cursuskosten. Daarbij dienen de kosten of de uiteindelijke afkoopsom in redelijke verhouding te staan tot het loon van de werknemer. Houdt u daarom rekening bij het sluiten van een dergelijk beding (een opleidings- of afkoop leaseautobeding) met de hoogte van het loon van de werknemer. De werknemer dient bovendien duidelijk te zijn tot welke eventuele terugbetaling hij zich verplicht. Juridisch dient zodoende goed te zijn dichtgetimmerd welke verplichting in welk geval voor de werknemer geldt. De inhoud van de gebruikersovereenkomst - in geval van een leaseauto - of opleidings-/cursusovereenkomst - in geval van een opleiding/cursus - is daarbij cruciaal.
Bijtelling privégebruik auto geldt voor een heel jaar
Rijdt uw werknemer meer dan 500 kilometer per jaar privé met een auto van de zaak? Dan vindt een fiscale bijtelling op het salaris plaats. Deze bijtelling voor privégebruik geldt ook als de werknemer een deel van het jaar niet privé reed in de auto van de zaak. Dit werd onlangs bevestigd door de Rechtbank Leeuwarden. Zorg ervoor dat uw werknemers niet voor onaangename fiscale verrassingen komen te staan!
Gedeelte van jaar ter beschikking
De 500 kilometer op jaarbasis moet herleid worden naar het tijdvak dat de werknemer de auto van de zaak tot zijn beschikking heeft gehad. Heeft een werknemer vanaf juli een auto van de zaak ter beschikking? Dan geldt in principe niet de 500 kilometer, maar 250 kilometer voor het tijdvak juli tot en met december.
Halverwege ‘verklaring geen privégebruik' intrekken
Vaak worden er fouten gemaakt wanneer een werknemer eerst een ‘Verklaring geen privégebruik' heeft aangevraagd en gekregen, maar deze in het loop van het jaar weer intrekt omdat de werknemer meer dan 500 kilometer privé gaat rijden. Dit heeft namelijk ook gevolgen voor de reeds verloonde perioden. Hierover is uw werknemer dan alsnog loonbelasting over de fiscale bijtelling verschuldigd. De belastingdienst zal hiervoor een naheffingsaanslag opleggen.
Halverwege ‘verklaring geen privégebruik' aanvragen
Een andere veel voorkomende fout is als de werknemer de eerste maanden wel privé gebruik heeft gemaakt van de auto van de zaak en besluit halverwege het jaar een ‘Verklaring geen privégebruik' aan te vragen. Komt uw werknemer alsnog boven de 500 kilometer privégebruik op jaarbasis uit? Dan moet het gehele jaar de fiscale bijtelling plaatsvinden, ongeacht of de verklaring is afgegeven door de belastingdienst.
Bij het wisselen van een auto in het kalenderjaar zal de situatie niet veranderen. De 500 kilometer grens is niet per auto, maar per werknemer per kalenderjaar.
Forse boetes voor wanbetalers
De Europese Unie (EU) heeft een richtlijn aangenomen om wanbetaling tegen te gaan. Deze maatregel zou het bedrijfsleven in totaal 180 miljard euro extra liquiditeit moeten opleveren. Na implementatie van de richtlijn - uiterlijk 16 maart 2013 - zijn de overheden verplicht al hun facturen binnen 30 dagen te betalen.
Ook non-profit instellingen en bedrijven dienen zich aan deze 30-dagentermijn te houden. Bedrijven onderling mogen echter een langere betalingstermijn overeenkomen van maximaal 60 dagen. Consumenten worden niet geraakt door de richtlijn.
Deze termijnen mogen niet worden overschreden. Indien er toch te laat betaald wordt dan is de wanbetaler, naast het factuurbedrag en de wettelijke (handels)rente, gehouden een boete te betalen van maar liefst 8 % van het factuurbedrag. De crediteur heeft bovendien en zonder aanmaning recht op een onkostenvergoeding van 40 euro per te laat betaalde factuur.
Mediation
Sinds kort kunt u bij De Jonge Advocaten ook terecht voor mediation Het is een vorm van bemiddeling bij conflicten waarbij partijen proberen het geschil zelf - met behulp van en onder begeleiding van de mediator - op te lossen. Het is in veel gevallen een goed alternatief voor de ‘normale' bovenpartijdige geschillenbeslechting zoals een gerechtelijke procedure.
Wie zijn de mediators?
DJA heeft twee mediators. Naast mediation voeren zij ieder ook een advocatenpraktijk. Mirjam van Baarle-Overes is mediator, echtscheidingsbemiddelaar en advocaat op het terrein van het personen- en familierecht.
Jakke Cloïn is mediator en advocaat op de terreinen arbeidsrecht en samenwerkingsverbanden (maatschappen, v.o.f. en zzp-opdrachtgever) burengeschillen, vastgoed, huur, appartementsrechten en bemiddelings- en opdrachtovereenkomsten.
Wat is mediation?
De mediator begeleidt partijen in hun gesprekken en onderhandelingen. Hij/ zij is deskundig op het terrein van conflictbemiddeling en vaak op het juridische gebied waar het conflict speelt. Het doel van de mediation is om partijen, vanuit hun werkelijke belangen, tot een voor ieder optimale oplossing te komen. Veel aandacht wordt besteed aan de communicatie tussen partijen en hun relatie. Daarom is in duur-relaties mediation vaak een probaat middel; het geschil wordt vaak opgelost en de relatie blijft goed.
Een mediation bestaat uit (vaak) meerdere gesprekken tussen partijen en de mediator. In de regel duurt een mediation twee tot vijf gesprekken van anderhalf tot twee uur. Hierin worden de verhalen en de belangen achter de verhalen met elkaar gedeeld. Nadat dit op tafel ligt, bespreken partijen of zij een oplossing kunnen vinden voor hun conflict en hoe die oplossing eruit zou kunnen zien.
Wat levert het u op en wat kost het u?
Mediation biedt veel voordelen. Vaak verbetert de relatie tussen partijen tijdens en ná de mediation. Partijen hebben zelf de uitkomst van hun conflict in de hand; dit is in de regel bevredigender dan dat een derde (de rechter) bepaalt wat er gebeurt. Het conflict is vaak sneller beslecht en tegen veel lagere kosten. Partijen moeten wel bereid zijn om naar elkaar te luisteren.
Social Media
Het openbaar bekritiseren van de kroketten uit de kantine op Facebook, het vergelijken van je baas met een circusartiest op Twitter of het ‘flirten' met een andere werkgever op LinkedIn. Alle drie de voorbeelden kunnen de verstandhouding tussen werkgever of werknemer bemoeilijken en deze uitlatingen kunnen in een eventuele gerechtelijke procedure ook zeker worden ingebracht. De opmerkingen, hoe grappig op het moment ook bedoeld, kunnen in een ander verband anders worden geïnterpreteerd en zijn daarnaast makkelijk terug te vinden.
De rechter ziet zich in toenemende mate geconfronteerd met afdrukken van deze moderne vorm van communicatie en dient deze dan ook in zijn oordeel te betrekken. De vraag is in hoeverre de uitlatingen in de ‘social media' bijdragen aan dat oordeel.
‘Verkeerde vrienden' op LinkedIn
Recentelijk sprak de rechter te Arnhem zich uit over de schending van een relatiebeding door een oud-werknemer. In een relatiebeding wordt het de oud-werknemer verboden om zakelijke contacten te onderhouden met relaties van de oude werkgever. De oud-werknemer in kwestie was na zijn ontslag door een relatie van de oude werkgever toegevoegd op LinkedIn. De werkgever was van oordeel dat met dit handelen het relatiebeding werd geschonden. De rechter beschouwt de ‘link' tussen de werknemer en de relatie als het ontstaan van het eerste contact en volgde daarmee het betoog van de werkgever. Het feit dat de relatie zelf het initiatief tot ‘linken' had genomen woog niet mee in deze beoordeling.
Duur Hyves-bericht
In dit specifieke geval was het accepteren van het verzoek op LinkedIn voldoende om het relatiebeding te schenden. Daarbij moet bedacht worden dat het gaat om een voorlopig oordeel van de rechter, omdat de rechter in kort geding besliste. Toch lijkt deze rechtspraak in lijn te liggen met een uitspraak van het Hof Amsterdam van 2008 waar het bewijs werd geleverd door een bericht op Hyves. Een recruitmentbureau had afgesproken om medewerkers van een bedrijf niet te benaderen (op straffe van een dwangsom), maar zij deed dit uiteindelijk toch via een bericht op Hyves. Het verweer van het recruitmentbureau was modern te noemen; zij stelde dat de benaderde werknemers op LinkedIn hadden aangegeven geïnteresseerd te zijn in ‘job inquiries' en ‘career oppurtunities', op Hyves niet zichtbaar was dat de betrokken werknemers bij dat bedrijf werkten én dat er sprake zou zijn van een "standaard mailing". Het Hof veegde deze argumenten van tafel en hechtte meer belang aan een correcte uitvoering van de overeenkomst.
Een ‘social media' beding?
Het arrest is zowel een les voor het verstandig omgaan met ‘social media' als voor het opstellen van clausules omtrent het benaderen van andermans relaties. Uiteindelijk ging het bij het Hof om de uitleg van de overeenkomst en was de uitspraak waarschijnlijk anders uitgevallen indien er bepalingen in de overeenkomst waren opgenomen over het belangrijkste communicatiekanaal van het recruitmentbureau in kwestie, de ‘social media'. Het aanpassen van overeenkomsten aan deze ontwikkelingen kan dan meer noodzaak zijn dan luxe.